
In de zaal druppelen tien schrijvers, tien vertellers en hun genodigden langzaam binnen. Bij binnenkomst voorziet de ESAN-catering groep iedereen van koffie, thee en een koekje. De meesten zoeken een plekje aan een tafel of lopen even langs de boeken. Ze zijn er allemaal en liggen te pronken op een tafel. Prachtig vormgegeven liggen ze klaar om er een stukje in te lezen of er doorheen te bladeren. De bezoekers lopen langs, lezen wat of kijken naar de foto’s.
Ze lopen langs de levens van hun geliefden en die van negen andere tijdgenoten uit Nieuw-West. Ieder verhaal is anders.
Het is gezellig, rumoerig zoals bij de aanvang van ieder schouwspel of optreden. Er heerst een voelbare spanning. Dit is namelijk geen boekpresentatie om rustig op je stoel naar te kijken, maar een middag waar iedereen onderdeel van is. De schrijver leest een stukje voor uit het leven van de verteller en deze wordt daarna geïnterviewd door Shirley Brandeis. Er worden anekdotes verteld, gevoelens besproken en ook vragen gesteld aan familieleden.
De verteller sluit een proces van maanden af, een tijd waarin hij of zij verteld heeft over zijn of haar jeugd, ouders, werk, relaties en alle andere gebeurtenissen uit zijn of haar leven. Herinneringen zijn opnieuw beleefd, verwerkt en er was iemand die luisterde en er een mooi lopend verhaal van heeft gemaakt in een mooi kaftje. En dan zit je midden in een zaal, iedereen kijkt naar je, Shirley stelt vragen. Er zijn mooie verhalen, iedereen komt aan de beurt, want iedereen heeft een bijzonder leven.
Na twee uur is er een pauze met accordeonmuziek, drankjes en heerlijke hapjes. Vier uur lang, luisteren we naar de verhalen. Horen de emoties en de trots over een boek en over het geleefde leven of dat van een geliefde. Deze middag is niet zomaar een samenkomst waar een paar boeken worden getoond. Het is de absolute “hoogmis” van het levensboek met de gesprekken met de vertellers en hun familie als kers op de taart.
Zoals Oscar Wilde al zei “De enige plicht die we tegenover de geschiedenis hebben, is haar te beschrijven” en dat geldt ook voor onze eigen geschiedenis.
Dit verslag is geschreven door Joep Jagtman
